Grillen

Grillen of roosteren is van nature een gezonde en magere manier van vleesbereiden. Barbecueën is een vorm van grillen waarvan de herkomst niet helemaal duidelijk is. Vermoedelijk is de Spaanse naam “barbacoa” van Indiaanse afkomst en kwam via Franse en Engelse boekaniers (zeerovers /vrijbuiters) die in de 17e eeuw de Zuid-Amerikaanse kusten onveilig maakten, in de Engelse taal terecht.

Eeuwen later is barbecueën in Nederland, culinaire volkssport nummer 1. Helaas is de manier waarop deze volksport bedreven wordt niet altijd even smakelijk. Te vaak is het vlees verbrand en maskeert het gebruik van teveel saus een mooie vleessmaak.

Het grillen gebeurt op een metalen plaat of in een pan waarin vaak een ribbellaag is aangebracht. Deze laag verspreid de hitte beter en is tevens verantwoordelijk voor het mooie grilmotief dat op het vlees ontstaat. Uiteraard kun je ook grillen op de barbecue, maar dat laten we hier buiten beschouwing. De hitte kan zich onder, naast of achter het rooster bevinden. Bij het roosteren wordt meestal gebruik gemaakt van een stalen plaat die veelal elektrisch wordt verhit. Deze manieren van bereiden worden vaak gebruikt voor het garen van producten met een korte bereidingstijd. Producten met een langere bereidingstijd zijn eveneens geschikt maar vergen dan een andere benadering van het proces. Met deze kooktechniek kun je uitstekend de wat vettere producten bereiden. Denk hierbij aan speklapjes, schouderkarbonades en lamskoteletten. Tijdens het grillen verliezen deze lekkernijen het vet waardoor ze veel magerder gegeten kunnen worden. Zout het vlees pas na het grillen. Daardoor blijft het vlees droger en krijgt een mooier kleur.

Als variant koop je bij de slager tegenwoordig ook een ‘steengril’ plaat met bijpassende vleessoorten. Bij dit principe gaat het om het bakken van vlees en groenten op een stenen plaat die in de oven op temperatuur wordt gebracht.